Hoofddoek en individuele vrijheid
25 maart 2004 Lees de reacties
De Franse staatscommissie-Stasi die in opdracht van president Chirac het principe van de _laïcité_ (secularisme) onderzocht, heeft zich laten leiden door de overtuiging dat een dam moet worden opgeworpen tegen fundamentalistische uitingen van religieuze aard. De commissie stelde vast dat de grote meerderheid van moslimse meisjes geen hoofddoek wil dragen, maar dat een kleine fanatieke minderheid druk uitoefent om zich aan een rigide interpretatie van islamitische richtlijnen te conformeren. Het niet dragen van de hoofddoek zou gelijk staan aan het niet zijn van een goede moslima.
Patrick Weil, lid van de commissie en immigratie-expert, schrijft dit op het internetforum Open Democracy. De commissie-Stasi heeft moeten kiezen tussen de vrijheid van gelovigen om zich religieus te uiten, en de noodzaak om kwetsbare minderjarigen te beschermen tegen orthodoxe pressie. Tegen de achtergrond van een in de afgelopen jaren sterk toegenomen fundamentalistische druk, koos de commissie bijna unaniem voor het laatste. De staat heeft, zo redeneerde de commissie, de plicht om individuen te beschermen tegen ongeoorloofde peer-druk. Weil wijst er op dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens de mogelijkheid biedt om religieuze uitingen te beperken in het openbare belang en als de gewetensvrijheid van anderen in het geding is. De middenweg die de commissie koos, laat volgens Weil de vrijheid onverlet van meerderjarige meisjes en vrouwen, die geacht kunnen worden onafhankelijke keuzes te maken en zich zonodig op andere manieren kunnen weren.
Een Frans wetsvoorstel om de hoofddoek en andere opzichtige religieuze symbolen op openbare scholen te weren, is intussen met een overweldigende parlementaire meerderheid aangenomen. Het enige dat Weil betreurt is dat van de 25 voorstellen van de commissie-Stasi, uitsluitend het hoofddoek-advies door de regering is opgepakt.
p(smaller): Open Democracy
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

