Fatwa-raad over integratie
4 maart 2005 Lees de reacties
Eind februari vond in Dublin de 14e bijeenkomst plaats van de European Council for Fatwa and Research. De ECFR is een zelfbenoemd gezelschap van geestelijken en islamitische wetsgeleerden en staat onder leiding van de invloedrijke Sheikh Yusuf Al-Qaradawi. ECFR profileert zich als centrale religieuze autoriteit voor en over moslimse zaken in Europa, door de “juiste” islamitische opvattingen te verspreiden “binnen de regels en doelstellingen van de shari’a.” De raad komt tweemaal per jaar bijeen en houdt zich vooral bezig met het uitvaardigen van collectieve fatwas, gericht op moslims in Europa.
De 14e bijeenkomst stond in het teken van integratie, vooral gericht op het gezinsleven en opvoeding. In zijn openingsstatement doet Qaradawi een oproep aan moslims om zich te verbinden met de samenlevingen waarin zij nu wonen:
A Muslim should be effective in his society and help in its welfare and prosperity.
Een evenwichtige en gematigde islam moet daarin het richtsnoer zijn en integratie in de samenleving het uitgangspunt, maar…
... without violating the rules of Shari`ah.
De aanbevelingen aan het slot van de 14e bijeenkomst roepen moslims op om al hun rechten in acht te nemen, islamitische scholen en educatieve en recreatieve centra op te richten om:.
...to protect them against deviation.
Sjeik Al-Qaradawi

Om te begrijpen voor welke ‘afwijkingen’ moslims in Europa behoed zouden moeten worden, is het werk van Yusuf Al-Qaradawi dienstbaar. In de Verenigde Staten is deze rechtsgeleerde sinds 1999 niet meer welkom, in Engeland vormt hij een controversieel persoon. In Nederland geniet Al-Qaradawi, net als de ECFR, nauwelijks bekendheid, maar zijn invloed in conservatief-islamitische kring is ongetwijfeld groot.
In 2004 verscheen bij Uitgeverij Noer Al’Ilm het standaardwerk van Al-Qaradawi Introductie in de Islam.
Het 320-pagina’s tellende boek (uit het Arabisch vertaald door Ans Mertens) biedt in vogelvlucht Al-Qaradawi’s inzicht in kenmerken en fundamenten van de islam. Het maakt goed zichtbaar in welke spagaat moslimse burgers zich in westerse democratieën bevinden: tussen seculier (grondwettelijk) en islamitisch (niet erkend) recht.
Verzet tegen Secularisatie
Een staat kan volgens Al-Qaradawi uitsluitend onder islamitisch (shari’a) recht functioneren. In een polemisch betoog tegen het westerse principe van scheiding van kerk en staat, verwijst Al-Qaradawi naar de bedreigende ontwikkelingen in Turkije, waar de mensen zich nog maar weinig op de islam zouden richten. Met als gevolg dat:
ze op den duur helemaal georiënteerd zullen zijn op het westen en enkel een westerse cultuur en westerse gewoonten zullen hebben. (p. 236)
In dit licht is Al-Qaradawi’s strategie:
We moeten ons dus beslist verzetten tegen de secularisatie en degenen die daartoe oproepen en ze rechtvaardigen, door de allesomvattendheid van de Islam te benadrukken. (p. 237)
Islam is superieur
Tegen deze achtergrond van anti-westerse generalisaties, roemt Al-Qaradawi de superioriteit van de islam en de islamitische wetten, de shari’a, boven werelds recht:
De hoogste gradaties van verdraagzaamheid zijn alleen bij de moslims. (p. 258)
Zo’n geest van verdraagzaamheid uit zich in de goede sociale contacten, vriendelijkheid in de omgang, zorg voor de buurt en ruimte voor menselijke gevoelens, zoals goedheid, barmhartigheid en het verrichten van goede daden. Alleen moslims tonen volgens Al-Qaradawi die nobele trekken:
Het is een geest die er nauwelijks is in niet-moslimlanden. (p. 259)
De man boven de vrouw
In huwelijks- en gezinszaken hanteert Al-Qaradawi de orthodox-islamitische lijn, die feitelijk dwars ingaat tegen de grondwettelijke gelijkberechtiging van man en vrouw in het westen. Verwijzend naar koranvers (2:228) worden twee benaderingen als juist geschetst, allebei er van uitgaand dat:
Het edele vers plaatst de mannen in een positie boven de vrouwen. (p. 207)
In de ene visie is de man de voogd over de vrouw en verantwoordelijk voor zijn gezin, al is het deugdzaam dat recht in redelijkheid uit te oefenen. In een tweede interpretatie draait het om
het feit dat de man de vrouw van enkele plichten ontheft, dat hij haar door de vingers ziet omtrent de vervulling van deze plichten en elke plicht ten opzichte van haar vervult. Daarom heeft de man een voorkeurspositie ten opzichte van haar. (idem)
Deze ongelijke rechtspositie kent volgens Al-Qaradawi een biologische grondslag:
De man is aangesteld op grond van zijn zuivere menselijke natuur. (p. 212)
“Zij kan er van nemen, zoveel zij nodig heeft”
Gedetailleerde specificaties regelen de rechten van de vrouw, in ruil voor het erkennen van de autoriteit van de man. Naast een bruidsschat omvatten deze voorzieningen voor het levensonderhoud, geschikte huisvesting tot aan een gezelschapsdame toe mocht echtgenote zich thuis vervelen. Als om te benadrukken hoe goed de rechtspositie van vrouwen onder het islamitische recht gewaarborgd is, geldt ook:
Als de echtgenoot rijk is, maar gierig voor zijn vrouw en zijn kind, kan zij van zijn geld nemen. Zij kan er namelijk van nemen zonder zijn toestemming, zoveel zij nodig heeft voor zichzelf en het kind dat ze van hem heeft. (p. 209)
In dit geval is volgens Al-Qaradawi geen sprake van diefstal. Behoud van mannelijke dominantie mag kennelijk wat kosten.
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

