Het huwelijk van Orhan en Jeroen

20 oktober 2003    Lees de reacties   

BIJEEN, oktober 2003

Een liefdesrelatie tussen iemand van Turkse afkomst en een autochtone Nederlander is op zich al moeilijk. Maar wat te denken van een homoseksuele relatie? Journalist Jeroen en zijn Turkse echtgenoot, textiel-ingenieur Orhan doen een boekje open over de leuke, spannende, maar ook moeilijke kanten van hun relatie.

JEROEN VALT OP ORHAN

Daar wil ik wel een beschuitje mee eten”, dacht ik toen in een Amsterdams café mijn oog viel op een leuke toerist. Tijdens de onhandige en mijns inziens veel te lang durende fase ‘we kijken elkaar aan, maar durven geen gesprek te beginnen’, probeerde ik te bedenken welke nationaliteit deze blanke jongen met bruine ogen en donker haar had. Ik kon zien dat het geen Nederlander was, misschien een Italiaan?

Na een paar biertjes trok ik de stoute schoenen aan en begon een gesprek. Het was meteen duidelijk: we vonden elkaar leuk. We hadden een gezellige avond en na afloop liep ik tevreden naar buiten met een papiertje met zijn telefoonnummer in mijn hand. En een leuke, maar korte liefdesaffaire in het vooruitzicht. Kort, want mijn verovering was op vakantie en zou snel weer vertrekken naar zijn woonplaats Istanboel. De vakantieaffaire bleek echter hardnekkiger dan we beiden hadden voorzien. Orhan vloog om de twee weken naar Amsterdam voor een romantisch weekend en ik zocht hem op in Istanboel.

Gearmd over straat

In zijn vaderland kreeg ik een stoomcursus Turkije. De eerste twee maanden van onze relatie had ik weinig gemerkt van zijn Turkse achtergrond en wist ik er ook nauwelijks iets van. Net als veel autochtone Nederlanders dacht ik bijvoorbeeld dat de Turkse en Arabische taal net zoiets zijn als Nederlands en Duits. En dat Turkije een islamitisch derdewereldland was. Ik leerde dat het land eeuwenlang een groot wereldrijk was en een oude en zeer rijke cultuur heeft. Dat kerk en staat gescheiden zijn en dat er een democratisch gekozen regering zetelt. En dat, ondanks het feit dat het merendeel van de bevolking islamitisch is, de inwoners van steden vrij tolerant zijn.

Homoseksualiteit wordt niet besproken, maar Istanboel beschikt over een groot aantal zeer trendy gay-bars. En het allerleukste: (hetero)mannen en jongens lopen er gearmd over straat en zoenen elkaar bij het begroeten. Het valt dus niet zo op als je intiem bent met een andere man. De liefde voor het land en Orhan groeide met de dag en bij terugkomst in Nederland werd duidelijk dat we een beslissing moesten nemen: of een manier vinden om dichter bij elkaar te wonen, of de relatie verbreken. Het lot was ons gunstig gezind: Orhan kreeg een baan aangeboden in België.

Bier zuipend en lallend volk

De Nederlandse man van Orhans beste vriend (een in Nederland wonende en werkende Turk) waarschuwde me op een gegeven moment: “Het is niet gemakkelijk om een relatie te hebben met een Turk. De culturele verschillen zijn héél groot, daar kom je vanzelf wel achter …” En inderdaad kwamen de verschillen naar boven toen we elkaar beter leerden kennen. Als typische Hollander probeerde ik zoveel mogelijk open te staan voor de Turkse cultuur en gebruiken. Maar ik kreeg het gevoel dat Orhan dat niet deed met de Nederlandse cultuur. Bij wijze van grap schilderde hij Nederlanders geregeld af als een boerenvolk dat alleen maar bier zuipt en naar André Hazes luistert. Dat ook onze cultuur op een hoog niveau staat, wilde er bij hem in het begin niet in. Maar de pittigste discussies gingen over politiek. De snelle opkomst van Pim Fortuyn bevestigden het negatieve beeld dat hij al over Nederland en zijn buurlanden had. Ik vond dat grote onzin. Nederland heeft zich altijd te tolerant opgesteld en is daardoor in de problemen gekomen, was mijn stelling.

Langzamerhand groeiden Orhan en ik steeds meer naar elkaar toe. Ik heb bijvoorbeeld van dichtbij meegemaakt hoe schandelijk Turkse mensen soms worden behandeld in onze ’beschaafde’ westerse wereld. Bij terugkomst van een gezamenlijke vakantie in Turkije landden we met een toestel van Turkish Airlines op het vliegveld van Düsseldorf. De douane was beleefd tegen mij, maar behandelde mijn vriend en de andere Turkse passagiers als zware criminelen. “Wat kom je hier doen?” blafte de douanier tegen Orhan, terwijl hij notabene een werkvergunning voor België in zijn paspoort had zitten.

Toen ik hierover mijn verbazing uitsprak, zei Orhan achteloos: “Ach, dat gebeurt elke keer als ik terugkom van een zakenreis of familiebezoek. Turken zijn in de ogen van veel Europeanen ongeschoolde, tweederangs burgers.” En dat terwijl ze – terecht – heel trots zijn op hun land. Ondanks Orhans begrijpelijke frustratie kan hij gelukkig ook smakelijk lachen om de vervelende dingen die hij meemaakt. “Jaren geleden kregen ik en een goede Turkse vriend een drankje aangeboden van twee knappe Italiaanse jongens. Het was duidelijk dat we werden versierd. Mijn vriend maakte echter de vergissing om te vertellen dat we Turks zijn. Binnen een mum van tijd waren de jongens verdwenen”, vertelde Orhan me een keer lachend.

Mijn schoonouders

Ook voor mij is de situatie niet gemakkelijk. Hoe zouden Orhans ouders bijvoorbeeld op mij reageren? De eerste keer je schoonouders ontmoeten is op zich al een zenuwslopende aangelegenheid, maar in ons geval was het bijna onmogelijk. Immers, Orhan kwam niet thuis met een Turks meisje, maar met een Nederlandse man! En dat in een land waar homoseksualiteit wel enigszins wordt getolereerd, maar vooral genegeerd. Met name als het om je eigen zoon gaat. Tijdens de vlucht naar het schoonouderlijke huis probeerde ik mezelf gerust te stellen met het argument dat Orhans ouders behoren tot een intellectueel milieu. Ze zijn beiden academisch gevormd: dat moeten toch wel ruimdenkende mensen zijn? Bovendien zijn ze niet-praktiserend moslim en spreken ze vloeiend Engels.

Naar de psychiater

En inderdaad, ik werd zeer hartelijk ontvangen en werd de hele week op sleeptouw genomen naar familiedineetjes. Een echt schoonmoeder-schoonzoongesprek kwam niet van de grond; dat was misschien iets te veel gevraagd. Moeder was op de hoogte van de aard van onze ’vriendschap’, vader officieel niet. Dat is typisch Turks, we weten het wel, maar als we er niet over praten, bestaat het niet. Het getuigt van moed dat Orhan me meenam naar zijn ouderlijk huis. Tien jaar geleden stuurde zijn moeder hem nog naar de psychiater om genezing te vinden voor zijn ‘ziekte’. Bij terugkomst in Nederland had ik toch een onbehaaglijk gevoel. Wat vonden ze nou écht van mij? Zijn ze een beetje blij dat hun zoon een levenspartner heeft gevonden? Ik vrees dat we er nooit achter zullen komen.

Mijn ouders ontvingen Orhan met open armen. Dat deed hem niet alleen goed, maar heeft hem volgens mij ook laten beseffen dat veel Nederlanders nog steeds positief staan ten opzichte van mensen uit andere culturen. Veel Nederlanders, maar zeker niet alle. Ik word geregeld moe van het uitleggen, en zeker in het begin van onze relatie schoot ik automatisch in de verdediging als ik vertelde dat ik een Turkse vriend had. “Ja, hij heeft een baan en verdient meer dan ik! Hij eet gewoon varkensvlees. Nee, hij is niet uit op een verblijfsvergunning, hij heeft al een vergunning in België. Hij heeft een universitaire opleiding, spreekt vloeiend Engels, Duits en Frans en al een beetje Nederlands. Nee, ik word niet geslagen en hoef ook geen hoofddoekje te dragen.” Toen we na anderhalf jaar besloten met elkaar in het huwelijk te treden, begon het uitleggen opnieuw. Zo bracht ik een paar weken voor het huwelijk een oude vriend op de hoogte van onze plannen. Het was lang stil aan de andere kant van de lijn. “... Tja, ik vind het belachelijk …” was zijn ‘hartverwarmende’ reactie. “Maar dat komt, omdat ik niet geloof in het huwelijk”, voegde de vriend er snel aan toe om de pijnlijke situatie enigszins te redden. Maar hij liet zich meteen weer kennen met de vraag: “Je gaat toch wel onder huwelijkse voorwaarden trouwen, hè?” Gelukkig was het merendeel van mijn familie, vrienden en kennissen dolblij voor ons.

Politie, tijd en documenten

En een beetje steun kunnen we best gebruiken. Want hoe begrijpelijk het ook is dat Nederland niet zomaar elke buitenlander kan toelaten, je voelt je wel erg machteloos als je als autochtone Nederlander een jaar moet knokken om te kunnen samenwonen met je buitenlandse geliefde. Elke Griek, Italiaan of Spanjaard (en binnenkort ook inwoners van bijna heel Oost-Europa) kan zich in Nederland vestigen en zijn of haar partner hiernaartoe halen, maar bij mijn Turk ligt dat anders. Want om te kunnen trouwen hadden we toestemming van de vreemdelingenpolitie, stapels documenten en zeeën van tijd nodig.

En de overheid vindt het blijkbaar heel vreemd dat je als pasgetrouwd stel wilt gaan samenwonen. Want daarvoor moet je weer een andere procedure beginnen, namelijk een verzoek voor een voorlopige verblijfsvergunning. Als je genoeg verdient, geluk hebt en een ijverige, goedgezinde ambtenaar van de vreemdelingendienst jouw dossier beheert, krijgt je buitenlandse echtgenoot na zes maanden eindelijk een verblijfsvergunning. Misschien een idee: maak van de huwelijks- en de verblijfsvergunningsaanvraag één zorgvuldige, maar efficiënte en snelle procedure. De huidige werkwijze is uiterst frustrerend en tijdrovend. En hoewel het er voor ons goed uitzag, speelde op de achtergrond steeds de angst dat er een kink in de kabel zou komen.

Vandaag belde de postbode aan. Een aangetekende brief van het ministerie van Justitie. ‘Gelet op de thans overlegde gegevens en bescheiden ben ik van oordeel dat wordt voldaan aan de toelatingsvoorwaarden. Dat betekent dat als betrokkene een aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf aandient, deze in beginsel zal worden ingewilligd.’ Het duurde even voordat de betekenis van dit ambtelijk proza tot me doordrong.

”We hebben groen licht!” riep ik tegen mijn man. Toch juich ik pas echt als we het officiële document in handen hebben. Want dan kan er niets meer tussenkomen. Dan kunnen we eindelijk samen een toekomst gaan opbouwen …

ORHAN VALT OP JEROEN

Tijdens de eerste twee maanden van onze relatie, woonde ik nog in Istanboel. Maar ik maakte regelmatig zakenreizen naar Europa die ik kon combineren met weekendjes bij Jeroen in Amsterdam. En hij kon ook de tijd vrijmaken om vier weken naar Istanboel te komen. Ik was er toen al helemaal zeker van dat hij de ware was, maar hoe moesten we het aanpakken? Ik wist dat hij als Nederlandse tekstschrijver weinig zou kunnen doen in Istanboel. En een leven als huisman die me elke ochtend een zakje boterhammen meegeeft, het huishouden doet en ’s avonds mijn pantoffels voor me klaarzet, leek me niks voor hem. Dus moest ik wel deze kant op komen om deze relatie een kans te geven. Precies op dat moment kreeg ik uit het niets een baan aangeboden door een Belgisch bedrijf. Het was niet de baan waar ik altijd van had gedroomd, maar ik nam de aanbieding toch aan om dichter bij Jeroen te kunnen zijn. Ik wilde niet – en wil nog steeds niet – de enige kans voorbij laten gaan om bij hem te zijn. Via deze baan werd ik door mijn bedrijf ‘geïmporteerd’ naar de Europese Unie, niet door Jeroen. Dit was niet alleen belangrijk voor mijn ‘Turkse trots’, maar ook een duidelijke boodschap: “Jeroen is geen hulpmiddel voor me om Europa binnen te komen.” Ik had namelijk helemaal geen plannen om hier naartoe te verhuizen. Maar ik zie het als een prijs die ik moest betalen voor een leven dat ik wil, een leven met Jeroen. Ik zou hem zelfs volgen als hij in Mogadishu zou wonen.

O.K, we zijn opgegroeid in verschillende culturen, speelden andere spelletjes als kind, lachten om andere moppen en luisterden naar andere muziek. We eten ander voedsel en zijn gewend aan andere regels in het dagelijkse leven. En het allermoeilijkste is het feit dat we niet in onze moedertaal met elkaar kunnen praten. Hoewel ik mijn best doe om mijn Nederlands te verbeteren, is het niet en zal het ook nooit zo goed zijn als mijn Turks. Ik zal nooit in staat zijn om alledaagse domme grapjes te maken tegen hem. En Jeroen zal nooit de liedteksten van mijn favoriete zangeres Sezen Aksu kunnen doorgronden.

Op het eerste gezicht lijken deze verschillen ontzettend groot, maar is dat werkelijk zo? Ik denk het niet. Als ik naar andere stellen kijk, weet ik dat, zelfs als beide partners wel in hetzelfde land zijn geboren of uit dezelfde stad komen, ieder mens sowieso totaal verschilt van de ander. Iedereen komt in het leven mensen tegen die dezelfde taal spreken, maar die jou totaal niet begrijpen. Zelf had ik relaties met jongens uit mijn eigen land, waarmee ik mijn eigen taal kon spreken en dezelfde cultuur deelde. Maar werkte het met hen? Nee! Na er goed over te hebben nagedacht, ben ik er nu zeker van: verschillen in afkomst zeggen niets over het verloop van een relatie.

Oude, vieze man

De moeilijkheden die ik moest overwinnen, hadden niks te maken met Jeroens achtergrond, zijn familie of mijn familie. Die kwamen uit de meest onverwachte hoek. Zijn vrienden en mijn vrienden waren de hoogste bergen die ik moest beklimmen. Zo vertelde één van Jeroens vrienden mij recht in mijn gezicht dat hij geen allochtonen om hem heen wilde hebben.

De eerste vraag die mijn vrienden me steeds stelden was “Hoe oud is die Jeroen?” Terwijl ik enthousiast van de daken wilde schreeuwen dat ik eindelijk ‘de ware’ had gevonden, werd het cliché door mijn vrienden op mijn voorhoofd geschreven: “Orhan heeft een oude vent gevonden, die hem naar Nederland wil ‘importeren’ in ruil voor een beetje aandacht.” Wat ik ook zei, het wilde maar niet tot ze doordringen dat ik écht samen wil zijn met Jeroen. Als ik riep: “Nee, het is geen oude vieze man, hij is pas 31.” Dan was hun antwoord: “Oh, dan is het zeker een lelijke vent die in Amsterdam niemand kan krijgen.” Ik antwoordde daarop: “Nee, hij is knap!” Ze begrepen er niets van: Wat is er aan de hand? Waarom verbrandt Orhan al zijn schepen en vertrekt hij naar ene Mr. X in Amsterdam? Vertwijfeld riep ik: “Wanneer is deze wereld in godsnaam vergeten wat liefde is?”

Waar is uw burka?

Het is waar, ik heb alles achtergelaten. Mijn topbaan, waar ik dag en nacht voor had gewerkt om zover te komen, mijn mooie huis in Istanboel, m’n vrienden, familie en vaderland. Nee, nee, nee, niet omdat ik zo graag in Nederland wil wonen. Maar omdat ik bij Jeroen wil zijn. Dit laatste was één van de moeilijkste dingen om onze vrienden duidelijk te maken. Uiteindelijk heb ik met geen van mijn vrienden in Istanboel contact meer, niet één van hen geloofde mijn verhaal. Het was ongetwijfeld ook moeilijk voor Jeroens vrienden, maar ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van hen in onze relatie gelooft. En mijn vrienden die in Nederland wonen ook, omdat zij met eigen ogen kunnen zien hoe wij met elkaar omgaan. De mensen op afstand hebben nog steeds twijfels, maar ik weet nu dat de vrienden om ons heen onze échte vrienden zijn.

Afgezien van de genoemde misverstanden met vrienden van ons beiden, ervaar ik tevens hoe moeilijk het is om te leven in een land waar niet alle mensen met open armen op mensen met een Turks paspoort staan te wachten. De meeste Nederlanders denken nog steeds dat Turkije islamitische wetten heeft. Of een militaire dictatuur is. Als je een Turk bent en in een Europees land woont, denken de autochtonen dat je in een naar knoflook stinkende krot woont in een allochtonen-buurt. En dat je op je balkon schapen slacht, een grappig ‘arabisch’ taaltje spreekt en je moeder of vrouw toiletten schoonmaakt. Of dat je al jaren leeft van een uitkering. Zelfs prinses Margriet vroeg tijdens een staatsbezoek aan de vrouw van de Turkse president Sezer: “Zodra u terug bent in Turkije trekt u toch meteen uw burka aan?” Jullie prinses Margriet was erg verbaasd om te horen dat de first lady van Turkije nog nooit in haar hele leven een hoofddoek of een burka heeft gedragen, net zo min als het merendeel van de Turkse vrouwelijke bevolking. Dus als dit de manier is waarop een lid van het Koninklijk Huis denkt over de Turkse samenleving, is het niet moeilijk voor te stellen hoe ‘Jan met de pet’ over ons denkt.

Het feit dat ik alles heb achtergelaten in het land waarvan ik hou, dat ik mijn familie heel erg mis, ik word blootgesteld aan een andere cultuur, andere taal, andere manier van leven en vooroordelen tegen mijn vaderland, is de prijs die ik betaal om samen te zijn met Jeroen. En het is meer dan de moeite waard. Ik wil alleen dat de mensen weten dat ik hier niet ben omdat ik in Nederland wil wonen, maar omdat ik van Jeroen hou. Ik kan me handhaven in moeilijke omstandigheden en tegelijkertijd liefhebben, maar is dat niet waar het in het leven allemaal om draait?


Copyright: BIJEEN, 2003

Reacties

Op dit artikel kan niet gereageerd worden.