Het einde van de onverschilligheid
22 juni 2005 Lees de reacties
Het jongste nummer van het Britse tijdschrift Index on Free Expression probeert af te rekenen met de benepenheid waarmee in veel Westerse landen het debat over immigratie en diversiteit wordt gevoerd. Menige gedachtenwisseling over de merites en nadelen van onze geschakeerde samenleving wordt vroegtijdig in de kiem gesmoord met een vluchtige verwijzing naar de gruwelen van de 2e Wereldoorlog.
“Daar zijn we TEGEN”, luidde volgens de journalist Bram Posthumus de concensus in de babyboom-generatie. Ook in Nederland. Net zoals men in de jaren zestig automatisch tegen atoomenergie, tegen kruisraketten en tegen de Amerikanen was. Maar waar waren Nederlanders dan vóór? Ze waren onvoorwaardelijk voor vrouwenrechten en de bescherming van etnische en sexuele minderheden, ook als die aangaven geen vaste plek in de hoek der onderdrukten te ambiëren. De schrille toon waarmee deze moraal werd uitgedragen, was volgens Posthumus echter omgekeerd evenredig aan de mate van echte betrokkenheid:
”...most of the Dutch could not possibly care less about what happened to the aliens that were coming in. The vast majority worked, raised family, watched the news, had another coffee and went to bed. This has always been the hallmark of the famed Dutch tolerance. Not so much actively acknowledging the presence of people who did look and act like the majority but a basic lack of interest. ‘I don’t care what happens, as long as it is not under my roof,’ typifies the attitude. ”
Is het debat er sinds de Fortuyn-revolutie op vooruit gegaan? Posthumus hoort de vluchtige media nog veel oneliners over het verwarde publiek uitstorten. Maar met alle uitglijders vandien, meer eerlijkheid en besef wat er echt op het spel staat, kan het huidige debat niet ontzegd worden. Het gaat nu niet langer alleen om het tégen, maar ook over wat dan wél.
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.


