Trouwen over de grens

16 juni 2003    Lees de reacties   

Erna Hooghiemstra onderzocht in Trouwen over de Grens de opvattingen van Turks- en Marokkaans-Nederlandse jongeren over het huwelijk. Driekwart van deze jongeren opteert voor het overhalen van een partner uit Turkije en Marokko. Een belangrijke reden daarvoor ligt in het negatieve beeld van jongens en meisjes over elkaar. Jongens vinden meisjes te modern en vrijgevochten en ze hebben teveel noten op hun zang. Meisjes schatten de communicatieve vaardigheden van jongens laag in en wantrouwen hun zogenaamd moderne opvattingen. In hun omgeving zien zij dat jongens een geëmancipeerde indruk willen maken, maar als een blad op de boom omdraaien als het huwelijk eenmaal gesloten is.

Er doemt een zware spruitjeslucht op vanuit de Marokkaanse en Turkse gemeenschap: strikte sociale controle, strenge opvattingen over omgang tussen mannen en vrouwen, roddel en achterklap, hypocriete normen ten aanzien van maagdelijkheid en eer. Ironisch genoeg krijgen jongens en meisjes door de strenge sexe-scheiding nauwelijks de kans op een ontspannen omgang met elkaar, maar weten ze wel bijna alles van elkaar: Bekend maakt niet bemind. Juist deze kennis voedt het wantrouwen naar elkaar, concludeert Hooghiemstra. Ergens valt dan ook te hopen dat het proefschrift van Hooghiemstra door zo min mogelijk mensen gelezen wordt.

Bekend maakt nog niet bemind

Het wantrouwen zou immers ook bij de omringende samenleving sterker kunnen worden, nu uit Hooghiemstra’s onderzoek eens te meer blijkt hoe afwijzend de gemiddelde Turkse en Marokkaanse jongere staat ten opzichte van een Nederlandse (lees blanke of ‘ongelovige’) partner. De Nederlandse cultuur wordt door hen getypeerd als het spiegelbeeld van hun eigen cultuur: Nederlanders zouden mensen zijn met weinig oog voor familiebanden, met een te grote vrijheid in man-vrouw-relaties en met een volledig andere of zelfs zonder religieuze basis. Die gemankeerde beeldvorming wordt gevoed doordat het sociale netwerk van veel Marokkaanse en Turkse jongeren beperkt blijft tot herkomstgenoten. Er is geen sprake van een bloeiende interactie met de Nederlandse samenleving in brede zin, niet met autochtone Nederlanders en niet met nieuwe Nederlanders van andere afkomsten.

Toch blijken zowel meisjes als jongens een Nederlands referentiepunt te hanteren, zij het vanuit totaal verschillende invalshoeken. Meisjes willen graag een moderne man, waarbij ‘modern’ staat voor westers gedrag. Jongens willen graag een volgzaam meisje, maar tot het zover is en om de eer van de ‘eigen’ meisjes niet aan te tasten, oriënteren ze zich graag op Nederlandse meisjes, hoewel ze deze dus zelden beschouwen als een serieuze partner. Een paar citaten uit Hooghiemstra’s onderzoek verhelderen de spagaat waarin de Turkse en Marokkaanse jongeren zich bevinden:

Kan dat een gemengd huwelijk? Ze trappen je meteen de deur uit / Mijn familie zou absoluut geen Nederlandse man accepteren / Ik zou in het ziekenhuis belanden. Behalve deze expliciete afwijzingen zijn er ook mildere reacties. Deze komen erop neer dat een gemengd huwelijk wel zou kunnen. De belangrijkste voorwaarde is: aanpassing. Als ze moslim wil worden en in onze cultuur wil passen, zegt mijn moeder, dan wel. (p. 134)

Autochtone Nederlandse meisjes zijn losbandiger en vrijgeviger, de vrouw mag meer doen van de man en meer omgaan met anderen. Ze hebben de hele tijd de emancipatie in het hoofd. Ze overschrijden grenzen wat betreft onze cultuur. (p. 135)

En waarom is godsdienst dan zo belangrijk? Onder andere omdat ouders iemand van een andere godsdienstige achtergrond niet zouden accepteren. Een enkeling vindt dit tamelijk hypcriet: Een islamiet die alles doet wat God verboden heeft, is en blijft goed, terwijl een Nederlandse man die zo goed kan zijn, nooit wordt geaccepteerd. (p. 136)

Het onderzoek van Hooghiemstra toont impliciet een paradox in de multiculturele samenleving. Enerzijds is er sprake van strenge sociale controle en naar binnen gekeerdheid van de gemeenschappen, gebaseerd op behoud van het ‘eigene’ en afwijzing van het ‘andere’. Anderzijds beïnvloedt de Nederlandse mores toch tot ‘kosmopolitisering’ met een specifiek Nederlands tintje. Dat leidt op zich weer tot verdeeldheid tussen de sexen (zie bijvoorbeeld de discussies op NafferTime). Een grootschalige import van huwelijkspartners is het gevolg.

Van de ontvangende samenleving wordt verwacht ruimte te bieden aan verscheidenheid, maar feitelijk wordt tolerantie geëist ten opzichte van orthodoxe gebruiken en een Eigen-Volk-Eerst-mentaliteit. Op het eerste gezicht valt dan ook wat te zeggen voor het standpunt van de econoom en cultuurfilosoof Dr. M.A. de Ruyter van Steveninck, die in NRC-Handelsblad van 7 juni j.l. deze breed geuite afwijzing van een autochtoon-Nederlandse partner opvat als een vorm van omgekeerd racisme. Het valt in ieder geval te betwijfelen of het draagvlak in Nederland voor de multiculturele samenleving opgewassen is tegen een dergelijk etnocentrisch gedrag, en dus of daar ruimte voor geboden moet worden.

Erna Hooghiemstra’s proefschrift is lezenswaardig, maar toch op twee punten niet bevredigend. Allereerst maakt het geen onderscheid tussen Turkse en Marokkaanse achtergronden. Hoewel deze gemeenschappen veel kenmerken delen, ontplooien zij zich ook heel verschillend. Het blijft onduidelijk welke aanknopingspunten die verschillen bieden om een gezonde(re) onderlinge binding en met de Nederlandse samenleving te versterken. Hoe de behoefte aan een import-partner zou kunnen afnemen, valt dan ook buiten het vizier van Hooghiemstra.

Belangrijker nog is de vraag of haar onderzoeksaanpak steekhoudend is. Hooghiemstra verzamelde haar materiaal hoofdzakelijk via groepsmatig opgezette, zogenaamde focusgesprekken. Gezien de dwingende sociale controle in Turkse en Marokkaanse kring, valt te betwijfelen of via deze weg boven water is gehaald welke diepere relatieverlangens Marokkaanse en Turkse jongeren werkelijk koesteren. Jongeren die de oversteek maken en kiezen voor een Nederlandse partner, komen niet aan het woord. En juist die eigenzinnige groep geeft, met zware tegenwind, vorm aan de nieuwe interculturele Nederlandse identiteit.

Alex Voets

Het onderzoek van Ella Hooghiemstra is te lezen op de site van Sociaal en Cultureel Planbureau: Trouwen over de Grens.

Reacties

Op dit artikel kan niet gereageerd worden.