Moslims erbij houden, hoe?

30 september 2005    Lees de reacties   

Kakelen

Minister Pechtold roept op om het debat over moslims en islam te temperen. Zelf verzuimt hij echter de goeie toon aan te slaan. De sneer: “Door steeds te kakelen over islamitische terreur, verbindt je een hele godsdienst aan criminaliteit”, is veel Nederlanders in het verkeerde keelgat geschoten.

Velen reageren op het motto van Pechtold We moeten de moslims erbij houden, door de minister te adviseren zelf meer gevoel voor nuance te hanteren. Op de site van BZK ziet ‘Kees’ het ‘erbij horen’ primair als iets dat de moslims zelf moet verwerven:

Het is niet onze taak om de moslims “er bij te houden” door hen concessies te doen. Dat hebben we al teveel gedaan. We moeten hen duidelijk maken dat “er bij horen” voorwaardelijk is, dat zij juist moeten bewijzen dat zij dat willen. Ze moeten eens aan zelfonderzoek en zelfkritiek gaan doen, de zwarte kanten van hun geloof, boek, profeet en geschiedenis inzien, zich daar over schamen en verbetering beloven. Wij kunnen hen daarbij helpen door hen meedogenloos van zware kritiek te voorzien. We moeten pal staan voor onze waarden en vrijheden, en islamcritici verdedigen en beschermen.

Een joodse Nederlander verwoordt het zo:

Men wil er (...) niet bijhoren maar een strikt aparte entiteit zijn met meer religieus gemotiveerde invloed dan onze seculiere rechtsstaat verdragen kan. De bochten waarin onze rechtsstaat zich al enige jaren wringt, om de islam en moslims te accommoderen, leiden tot zeer ernstige rechtsongelijkheid. Voor autochtonen, wel te verstaan.

57-jarige ‘Peter’ windt zich op over Pechtold’s giftige associatie met intolerantie:

Er is in de afgelopen decennia zoveel eenzijdig begrip gevraagd dat ik het niet meer kan opbrengen. Het gaat niet meer over het hoofddoekje maar over de manier waarop wij tolerante Nederlanders door de politiek als een stel intolerante debielen worden neergezet terwijl wij dat niet zijn. Door ons telkens in de schuldhoek te plaatsen en steeds weer die ander te beschermen krijgt elke vraag om begrip een averechts effect.


Centraal Joods Overleg


Ontsporing

Een bezwaarde Nederlandse Spoorwegen vinden het gepast om het publiek voor te houden dat er een onheilspellend discriminatieprobleem leeft. In een postercampagne trekt NS, met dank aan het Centraal Joods Overleg, een even onlogische als obscene vergelijking met de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. De onafwendbare suggestie: Nederlanders pas op, je rijdt zo weer een nieuwe minderheidsgroep de shoah in.

Is het anonieme ‘Wie…’ al een naargeestig statement, de adder zit in het acute ‘nu’. Kan uit de context iets anders verstaan worden dan dat Nederland zich liefst zo snel mogelijk van haar moslims zou willen ontdoen? Hierover aan de tand gevoeld door Peter Breedveld van het weblog Frontaal Naakt, komt CJO-secretaris Ruben Vis behoorlijk in zijn hemd te staan:

Op de poster staat ‘Wie nu…’. Wie staan er, behalve de joden, volgens het CJO nog meer op de nominatie om te worden afgevoerd? Het gaat er niet om wat ik vind. We willen de mensen laten nadenken. Door de suggestie te wekken dat al die kritiek op moslims en de islam die je vandaag de dag hoort, wel eens zou kunnen leiden tot een nieuwe genocide? Het kan elke groep gebeuren. Het kan een geïntegreerde groep gebeuren, het kan een niet-geïntegreerde groep gebeuren. Het is goed om waakzaam te zijn. Dat is het hele punt.


Wij Amsterdammers


Omgekeerde tolerantie

Een dure pr-campagne praat Amsterdammers aan dat er veel discriminatie in de stad is. kleurrijke billboards en reclamespotjes dragen echter het beeld uit dat hoofdzakelijk moslims hiervan slachtoffer zijn. Gehoofddoekte Esra krijgt niet haar droombaan vanwege haar naam. Baseballpet-Marokkaan wordt aan de discodeur geweigerd vanwege zijn afkomst, et cetera. Is dat niet een nogal beperkte beeldvorming over de veel complexere realiteit?

Jessica Silversmith, directeur van het meldpunt discriminatie en samen met de gemeente afzender van de campagne, stelt ten overstaan van het Amsterdams Stadsblad duidelijk haar prioriteiten:

Waarom scheldt een tienjarig Marokkaans ventje een willekeurige Hollandse vrouw voor ‘kankerhoer’ uit?, aldus de A’dams Stadsblad-verslaggever, waar komt die minachting vandaan voor alles wat niet eigen is? Jessica Silversmith: Dan heb je het over Marokkanen die zich niet geaccepteerd weten, zich slachtoffer voelen. Maar hoe zit het dan met het huwen binnen de groep, dat heeft niks met slachtofferschap te maken, eerder met xenofobie. In bepaalde streken in Nederland is het ook not done om iemand uit een andere geloofsgroep of klasse te huwen. Als een Nederlandse vader geen Marokkaan voor zijn dochter wil, is hij ook een racist. Wat is een Marokkaanse vader, wiens dochter alleen met een Marokkaan mag trouwen? Daar krijg je van mij geen uitspraak over. Ik denk dat Turken, Marokkanen en Nederlanders liever in de eigen kring blijven. Nederlanders staan ook niet open voor een Marokkaan in de familie. Is dat onderzocht? Niet in Nederland. Wij richten ons liever op zaken waar je iets aan kunt doen, zoals discriminatie op de werkvloer en bij huisvesting. Relaties zijn privé.

Op ‘allochtoon’ racisme binnen- en buitenshuis rust nog steeds een taboe. Het wordt ontkend, of verklaard als begrijpelijke reactie op een onheuse houding van ‘autochtone’ kant. Dat verschaft Silversmith, maar lang niet alleen haar (Els Borst, voorzitter van het Nationaal Platform tegen Racisme en Discriminatie: Eerst Staphorst, dan Mohammed), een laffe uitvlucht. Het te omzeilen heikele probleem is de multiculturele realiteit in de steden. Amsterdam gaat, net als andere steden, jarenlang gebukt onder pesterijen, straatterreur en criminaliteit van grote aantallen Marokkaanse mannen en jongeren. Hoe vaak roept iemand in het openbaar de vraag op of hier racistische motieven een rol bij spelen? ‘Omgekeerd” racisme, als motief voor crimineel gedrag, of om dat gedrag te legitimeren?

Recent onderzoek werpt ook een ander licht op de vermaledijde tolerantie. Sommige Duitse immigranten ondervinden hun integratie in Nederland moeizamer verlopen dan gedacht. Niet vanwege een tekort, maar juist door een teveel aan tolerantie. Promovenda Mira Peeters-Bijlsma:

De tolerante cultuur leidt tot een gebrek aan houvast. ‘Als alles kan, weet je niet meer waar je aan toe bent.’ Duitsers blijken vaak de duidelijkheid te missen die ze in eigen land wel hebben.

Wie wil er bij (wie) horen?

Binnen de etnische groepen leven hardnekkige stereotypen over blanke Amsterdammers. Maar gespannen verhoudingen leven al lang niet meer ‘alleen’ tussen ‘autochtonen en allochtonen’, maar meer, en nog heviger zelfs, binnen en tussen de etnische minderheidsgroepen. De gewelds-, moord-, eerwraak- en afreken-barometer staat op gloeiend. Naast verticale botsingen tussen meerderheid en minderheden, mixen horizontaal Marokkanen en Turken en andere kleurgroepen ook maar zeer beperkt. Onderling broeit de rancune. Marokkaanse Arabieren kijken bovendien vaak neer op Berbers, veel Imazighen haten omgekeerd Arabieren. Turkse nationalisten achten Koerden minderwaardig, et cetera.

De tolerantie voor andersdenkenden of andersgelovigen, zowel binnen als buiten de etnisch-religieuze gemeenschappen, is vaak ontstellend laag. Het wereldbeeld van grote aantallen nieuwe Amsterdammers, zelfs tweede- en derde generatie-jongeren, wordt sterk gekleurd door de sociale controle op ‘afwijkenden’. Het minachten van de ‘andere’ vormt in vele ‘etnische’ kringen onderdeel van een diepgeworteld, nog nagenoeg onbespreekbaar, etnocentrisch gedachtegoed.

De vraag of (relatieve) nieuwkomers er zélf wel bij willen horen, en onder welke condities, klemt dan ook meer dan een vermeende implosie van multiculturele gezindheid in de ontvangende Nederlandse samenleving. Is de houding van immigranten zelf altijd wel loyaal? Wordt de Nederlandse grondwet onvoorwaardelijk geaccepteerd? Inclusief artikel 1: Discriminatie is niet toegestaan? Wil men eigenlijk wel mengen? Die thema’s bepalen in belangrijke mate hoe ‘tolerant’ het draagvlak blijft.

Met het vooruitzicht dat Amsterdam en andere grote steden binnenkort in meerderheid uit etnische minderheden bestaan, hebben Pechtold, het anti-discriminatiefront, het Centraal Joods Overleg, of misschien zelfs de NS hier de goede antwoorden op?


Alex Voets

30 september 2005

Reacties

Op dit artikel kan niet gereageerd worden.