Wiegel's visie over immi- en integratie?
28 november 2005 Lees de reacties
Die vraag dringt zich op nu het VVD-erelid Hans Wiegel zijn partijgenote Ayaan Hirsi Ali wat oud-Nederlands moralisme aan wil leren.
Waarop Hirsi Ali aan Wiegel schrijft:
,,Ons allochtone volksdeel’’ zoals u het belieft te noemen, gaat mij evenzeer aan het hart als u. Waaruit blijkt, zoals u stiekem impliceert, dat ik niet verdraagzaam ben en geen respect voor andersdenkenden heb? Hebben we de tijd niet achter ons gelaten, dat we elkaar om de oren meppen met deze slogans van de politieke correctheid? Geachte Heer Wiegel, we hoeven toch niet terug naar de tijd van Ad Melkert? Laten we een open debat voeren over de problemen van deze tijd. En ik stel het – vanzelfsprekend – zeer op prijs dat u daaraan deelneemt. Maar voorzover ik weet, hebt u er tot nu toe in het openbaar geen blijk van gegeven u te hebben verdiept in de problemen van immigratie en integratie. Het zou zo mooi zijn als u eens liet weten wat uw visie is op bijvoorbeeld de gevolgen van de immigratie in Europa. Maar behalve enkele bon mots hoor ik zo weinig van u.
Wiegel grondlegger multiculturalisme
Hans Brouwer laat in De Groene Amsterdammer van 11 oktober 2003 zien dat Wiegel een van de grondleggers was van de befaamde ‘integratie met behoud van identiteit’-theorie. ‘t Zou allemaal met de tijd wel goedkomen, dacht Wiegel, met steun van zo’n beetje iedereen in de Tweede Kamer.
“De VVD-ministers van Binnenlandse Zaken Hans Wiegel en Koos Rietkerk gaven persoonlijk vorm aan dit beleid in nauwe samenwerking met hun directeur minderheden, de pvda’er Molleman. (...) Het favoriete vehikel voor die identiteit was de allochtone zelforganisatie, die door de onderscheiden partijen om uiteenlopende redenen werd aangemoedigd. De VVD hoopte dat allochtonen zich dankzij die organisaties zouden «ontplooien» tot volwaardige surfplankliberalen.
Wiegel’s beleid wakkerde achterstand aan
Enkele jaren later floten zijn partij en de kamer Wiegel terug wegens de nogal roekeloos gewekte verwachtingen. Uit Alfons Fermin’ proefschrift Nederlandse politieke partijen over minderhedenbeleid 1977-1995 (UU, 1997) blijkt hoe vanaf begin jaren negentig in de VVD een omslag tot stand kwam van een sterk op het principe van ‘identiteitsvorming’ gestoelde integratiepolitiek. De omkering markeert het besef dat dit beleid etnische verzuiling en een daarmee samenhangende achterstandssituatie aanwakkerde. Hoofdstuk drie van Fermina’s dissertatie Politieke partijen over integratiebeleid (pdf, pagina 91) zegt over het VVD-verkiezingsprogramma van 1994:
Net als de VVD-visie van begin jaren tachtig krijgt het sociaal-culturele aspect van het vraagstuk veel aandacht, maar terwijl toentertijd aan de overheid de taak werd toegekend om voorwaarden te scheppen voor identiteitsbeleving, wordt nu beklemtoond dat de overheid zich hiervan dient te onthouden en soms zelfs ontmoedigend mag optreden indien het ongewenste gevolgen heeft voor het integratieproces. De kritiek op de doelstelling van “integratie met behoud van de eigen identiteit” kan dus tevens opgevat worden als een kritiek op de VVD-inbreng van begin jaren tachtig, en niet alleen op de VVD-programma’s, maar ook op de personen van Wiegel en Rietkerk, twee VVD’ers die toen als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk waren voor de coördinatie van het minderhedenbeleid.
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

