Minister Nawijn (LPF): "Migrant primair zelf verantwoordelijk"
17 september 2002 Lees de reacties
Kernpassages uit
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE
Brief minister H. P. A. Nawijn bij Rapportage Integratiebeleid Etnische Minderheden 2002
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
28 612 nr. 1
Den Haag, 17 september 2002
(,,,)
Hoofdlijnen
Voor de huidige kabinetsperiode zijn de hoofdlijnen van het te voeren integratiebeleid neergelegd in het Strategisch akkoord.
Het Strategisch akkoord wijst op het risico van fysieke, sociale en geestelijke scheiding van bevolkingsgroepen. Isolement leidt tot onbegrip, vervolgens tot wederzijdse afkeer en uiteindelijk tot scherpere tegenstellingen. Dat proces moet worden gekeerd. De inzet van alle betrokkenen en van de overheid is nodig om juist datgene te mobiliseren wat de samenleving bindt. Het kabinet stelt dat het daarbij niet om eenzijdige assimilatie gaat, «maar om integratie van verschillende bevolkingsgroepen met behoud van pluriformiteit, op basis van wederzijds afhankelijkheid,
betrokkenheid en gelijkwaardige participatie. Dat vergt omgaan met religieuze, culturele en etnische verschillen op basis van het respect voor de fundamentele normen en waarden die de Nederlandse samenleving kenmerken».”
“De primaire verantwoordelijkheid voor een succesvol integratieproces ligt bij de burgers zelf: bij de migrant of het lid van een etnische minderheidsgroep die er in de eerste plaats zelf alles aan moet doen om zich een zelfstandige plaats in ons land te verwerven; en bij de leden van de ontvangende samenleving die de nieuwe landgenoten op gelijke voet als medeburger moeten accepteren en hun de ruimte dienen te geven voor de verwezenlijking van hun zelfstandige burgerschap.”
“Wanneer de verschillende groepen er niet in slagen een verbetering van hun maatschappelijke positie te bewerkstelligen, dreigt zich een somber scenario te voltrekken. In een recente studie over de toekomst van de multi-etnische samenleving werd gesteld dat dan gevreesd moet worden voor een verval in criminaliteit op een schaal die we in Nederland nog niet kennen. Het ontstaan van zogeheten no go areas is dan niet ondenkbaar.
Dit zou een ernstige inbreuk op de sociale cohesie tot gevolg zou kunnen hebben.”
“Wanneer de verschillende groepen er niet in slagen een verbetering van hun maatschappelijke positie te bewerkstelligen, dreigt zich een somber scenario te voltrekken. In een recente studie over de toekomst van de multi-etnische samenleving werd gesteld dat dan gevreesd moet worden voor een verval in criminaliteit op een schaal die we in Nederland nog niet kennen. Het ontstaan van zogeheten no go areas is dan niet ondenkbaar.
Dit zou een ernstige inbreuk op de sociale cohesie tot gevolg zou kunnen hebben. Met een teruglopende economische conjunctuur zal ook de concurrentie om de schaarsere banen toenemen. De werkloosheid onder allochtonen zal stijgen en er zal een groter beroep worden gedaan op de sociale voorzieningen.”
“Vrees bij autochtone Nederlanders voor de invloed van de islam op onze moderne samenleving zou wel eens in een negatieve richting kunnen omslaan. De kans daarop neemt toe wanneer deze vrees samenvalt met angst voor werkloosheid en irritatie over de groei van de allochtone bevolking en haar ruimtelijke spreiding. Dit zou kunnen bijdragen aan omstandigheden waarin van onderlinge solidariteit tussen bevolkingsgroepen nog nauwelijks sprake zal zijn en waarin de cohesie in het geding raakt. Dat wordt nog ernstiger als het ideologische vacuüm aan de onderkant van de samenleving wordt opgevuld door een vorm van (islamitisch) extremisme dat zich keert tegen de democratische rechtsorde. Daarin schuilt een reëel gevaar van polarisatie en onoverbrugbare maatschappelijke tegenstellingen in de samenleving.”
“Om die ontwikkeling te voorkomen zijn ingrepen nodig die met name de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen verbeteren, interactie tussen burgers bevorderen, en segregatie voorkomen en bestrijden. Dialoog en ontmoeting van de bevolkingsgroepen in al hun verscheidenheid is van groot belang voor een voorspoedige gang van het integratieproces.”
(...)
(Immigratie en integratie)
“Ter uitvoering van hetgeen in het Strategisch akkoord is gesteld heeft het kabinet in zijn Beleidsprogramma vier speerpunten aangekondigd. Daarbij is uitgangspunt een vermindering van de immigratie, waardoor integratie een betere kans krijgt.”
(...)
“De groei van wijken met een eenzijdige bevolking moet worden tegengegaan, onder meer door een gevarieerder en kwalitatief betere woningaanbod en door een beleid dat spreiding bevordert. Hier ligt in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van het lokale bestuur om in samenwerking met verhuurders en woningcorporaties het bestaan en ontstaan van woonwijken met een oververtegenwoordiging uit etnische groepen tegen te gaan.”
“Voorts zal de aanpak van veiligheid prioriteit krijgen in met name wijken die no go areas dreigen te worden. Een harde en geëigende aanpak in deze wijken is daarbij geboden.”
“Van groot belang is een regelmatige communicatie over wijkvoorzieningen op het niveau van de bewoners die het betreft, en het bevorderen van hun participatie in de ontwikkeling en uitvoering van wijkplannen.”
(Waarden en Normen)
“Het integratiebeleid zal zich in deze kabinetsperiode actiever richten op het bereiken van sociale cohesie binnen en tussen de verschillende bevolkingsgroepen, in het bijzonder in concentratiewijken. Ter bevordering van de toenadering zal in een permanente dialoog helderheid geboden worden over de gemeenschappelijke waarden en normen die onze samenleving dragen en de onderlinge verbondenheid van burgers te bevorderen. Ongedwongen, respectvolle omgang van burgers van verschillende achtergrond is het beste teken van sociale cohesie. Tot de waarden en normen behoort dat men elkaar met respect bejegent. De grondwaarden van onze democratische rechtsorde, zoals de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, de scheiding tussen kerk en staat, de onschendbaarheid van het eigen lichaam, de vrijheid van meningsuiting zijn niet onderhandelbaar en vergen navolging en instemming. Dat is de basis voor een goede integratie.”
“Voor het kabinet geldt dienaangaande een beleid van zero tolerance jegens discriminatieve en racistische uitingen, of het nu gaat om leden van de meerderheid dan wel om leden van een etnische of religieuze minderheid. De infrastructuur van organisaties die belast zijn met de voorkoming en bestrijding van discriminatie, racisme, vreemdelingenhaat, vooroordelen en intolerantie zal verder worden uitgebouwd en geprofessionaliseerd.”
(,,,)
(Veiligheid)
“De oververtegenwoordiging van etnische minderheidsgroepen in geconstateerde criminaliteit is een punt van grote zorg. Waar er een verband is tussen onveiligheid, criminaliteit en etniciteit is extra aandacht nodig. Dergelijke processen ondermijnen de saamhorigheid tussen burgers en leiden tot afstand met de overheid. Veiligheid begint met een gedeeld besef van normen en waarden, met de wijze waarop burgers elkaar aanspreken op normoverschrijdend gedrag, met de wijze waarop jongeren worden opgevoed. Het kabinetsbeleid zal zich daarom niet alleen richten op correctieve bestrijding van onveiligheid, maar ook op preventie door middel van aandacht voor de oorzaken die aanleiding geven tot deviant gedrag en de toenemende jeugdcriminaliteit onder delen van etnische minderheidsgroepen.”
(...)
“Gebleken is dat bij dit gemeentelijk beleid jongeren van etnische
minderheidgroepen niet altijd goed bereikt worden.
Om dit bereik te verbeteren is, naast een sterke regierol van de gemeente, goede samenwerking nodig met de etnische groepen zelf bij het ontwikkelen en uitvoeren van het beleid. Ik zal overleg plegen met gemeenten. Daarbij zal ik onder meer het subsidiebeleid betrekken, waarbij mijn uitgangspunt is dat uitsluitend projecten worden gesubsidieerd die daadwerkelijk gericht zijn op integratie en zich richten op allochtonen en autochtonen. Projecten zullen op integratieresultaten worden getoetst.”
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
H. P. A. Nawijn
^^^
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.

