SER-voorzitter Rinnooy Kan over de gevolgen van immigratie
26 februari 2011 Lees de reacties
Alex Voets, 26-02-2011
Weekblad De Groene Amsterdammer besteedt een lezenswaardig themanummer aan De aanval op de elite. Vanuit tal van invalshoeken belicht De Groene ‘De opstand tegen de elite’.
De redactie constateert dat ‘het zonneklaar (is) dat Nederland sinds de komeetachtige opkomst van Pim Fortuyn in verwarring verkeert en de elites zich daar weinig raad mee weten.”
Het themanummer start met een diepte-interview met Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de SER en drie jaar op rij De Meest Invloedrijke Nederlander.
Groene-medewerker Robert Dulmers spreekt met Rinnooy Kan over de oorzaken van de verwarring en het gebrek aan vertrouwen in de elite. Het gesprek komt al gauw op de ‘verkleuring’ van de samenleving, die volgens de redacteur “in rap tempo” plaatsvindt. De SER-voorzitter stelt dat het in het bedrijfsleven een onomstreden zaak is te streven naar diversiteit. Het personeelsbestand als afspiegeling van de samenleving levert het bedrijfsleven volgens Rinnooy Kan onmiskenbaar voordelen op. Op de vraag waarom die voordelen dan voor de samenleving als geheel nog zo weinig zichtbaar zijn, stelt Rinnooy Kan:
[Rinnooy Kan] Ja, dat is niet eens zo’n makkelijke vraag… Veel van de onvrede in Nederland vloeit naar mijn waarneming voort uit die onvoldoende geaccepteerde, onvoldoende verwerkte en onvoldoende gerealiseerde opgave van een veelkleurige samenleving. Ik heb heel lang gedacht dat misschien de verklaring lag in wat Robert Putnam heeft geschreven in Bowling Alone. Op veel plekken in de wereld heeft de toegenomen diversiteit zich vertaald in een toenemende achterdocht. Tussen groepen – dat kun je je nog net voorstellen – maar interessant genoeg ook binnen groepen. Dus waar de diversiteit toeneemt, staan mensen uiteindelijk vooral wantrouwender in het leven. Ze verliezen vertrouwen in de samenleving, ze verliezen vertrouwen in de instituties, in de politiek, in het justitiële apparaat en het gezagsapparaat en ook in de leden van de groep waar ze zelf bij horen en bij willen horen.
Dat verschijnsel zou wel een verklaring kunnen vormen voor wat zich in Nederland heeft afgespeeld toen we tezelfdertijd afscheid namen van de verzuiling en geconfronteerd werden met een aantal golven van instroom van nieuwe Nederlanders; een erfenis die nog niet goed verwerkt is. Onvrede die ook te maken heeft met een verwaarlozing, een onderschatting van de effecten die de instroom had op de woonomgeving van heel veel mensen die nu juist niet tot die elite behoren en die zich in toenemende mate slecht verstaan en begrepen hebben gevoeld en uiteindelijk hun irritatie daarover hebben verhaald op het politieke systeem. Het culturele klimaat is gepopulariseerd, de politiek gepolariseerd en de economie getraumatiseerd.
– - –
Volgens de SER-voorzitter is sprake van een groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleiden. Hij is zich weliswaar bewust van de zorgen van veel burgers, maar redeneert deze in het vervolg van het interview (dat we hier helaas niet kunnen citeren) weg met een verwijzing naar de ‘mondialisering’. Zorgen en angsten van burgers zijn volgens Rinnooy Kan “buitengewoon overdreven” en in een aantal opzichten “fundamenteel irrationeel”.
Uiteraard pakt de mondialisering niet alleen negatief uit voor Nederland. Zelfs veel ‘laagopgeleiden’ zullen dat Rinnooy Kan meegeven. Maar doet dat iets af aan de negatieve bij-effecten van de nog steeds voortgaande, grootschalige immigratie?
De SER-voorzitter haalt dan het werk aan van de Amerikaanse socioloog Robert Putnam (al verwijst hij niet naar het baanbrekende E Pluribus Unum, maar naar het in dit verband minder relevante Bowling Alone ).
Hij verzuimt echter de onomkoombare conclusie te trekken: geen enkele samenleving heeft een onbeperkt absorptievermogen. Een inzicht waarop ook tal van hoogopgeleiden wijzen.
De elite-special van de Groene is in de winkel te koop; het interview met Alexander Rinnooy Kan is voor 4 euro te bestellen bij de redactie.
Reacties
Op dit artikel kan niet gereageerd worden.


